Wanneer er weinig zonnewinddeeltjes tot in onze atmosfeer kunnen doordringen, om daar dan na botsingen met zuurstofatomen of stikstofmolenculen het noorderlicht te veroorzaken, zal dat noorderlicht slechts zwak waar te nemen zijn.
Zwak noorderlicht kan je doorgaans enkel met een camera in kleur zien. Met het blote oog zie je meestal een zwakke, statische grijze boog.
Sterk noorderlicht ontstaat tijdens de zogenaamde ‘substormen’, waarbij er veel geladen deeltjes in onze atmosfeer weten door te dringen en gelijktijdig het noorderlicht veroorzaken. Hoe meer botsingen, hoe intenser het lichtverschijnsel, en hoe beter je de kleur kan waarnemen. Sterk noorderlicht is vaak erg beweeglijk.
De Arcticans gids kan je vooraf vertellen of er op korte termijn zwak of sterk noorderlicht te verwachten is.
