Nachtfoto’s worden in de eerste plaats gemaakt met een zogenaamde sluitertijd. Deze kan meerdere seconden duren. Alles wat er in die periode te zien was, wordt op één beeld geplakt. Dit terwijl je ogen uiteraard ogenblikkelijk kijken.
Daarbij komt echter ook dat onze ogen in het donker niet goed zijn in het observeren van kleuren. We gebruiken dan immers cellen die goed zijn in het zien van zwart-wit schalen. Pas wanneer het noorderlicht intens genoeg wordt, is er voldoende licht om ook de cellen aan te spreken die kleurinformatie naar onze hersenen sturen.
Een camerasensor heeft niet die tekortkomingen van onze ogen, en zal ook de zwakste kleuren meteen vastleggen. Daarbij dient dan wel te worden opgemerkt dat de kleuren er warmer of kouder kunnen uitzien, afhankelijk van de ingestelde witbalans.
