Een week van tevoren kan je een indicatie krijgen van de te verwachten zonnewind door te kijken naar het oppervlak van de Zon. Is er een coronaal gat aanwezig, dan kan je inschatten wanneer de sterke zonnewind vanuit dat gat op Aarde zal arriveren. Is het oppervlak van de Zon “blanco”, dus zonder coronale gaten of zonnevlekken, dan weet je dat de kans groot is dat het noorderlicht niet al te spectaculair zal zijn. Is er een zonnevlek aanwezig, dan blijft het afwachten of deze zal exploderen en of dat vervolgens ook gepaard zal gaan met een CME. Dit maakt het dan wel spannend.
Verrassingen blijven echter steeds mogelijk, ook wanneer de Zon er ogenschijnlijk “blanco” uitziet. Bijvoorbeeld door erupties van magnetische filamenten, welke net als zonnevlekken een CME kunnen veroorzaken. Deze enorm lange ketens van plasmadeeltjes worden doorgaans pas kort van tevoren zichtbaar. Wanneer zo’n keten breekt, kan een deel van de keten richting Aarde worden geslingerd.
En uiteraard blijft de Bz-factor een belangrijke parameter. Wanneer deze zich bijvoorbeeld urenlang rond -2 à -3nT situeert, kan er “onverwacht” alsnog spektakel in de lucht hangen.
Je moet dus heel voorzichtig zijn met de voorspelling van meerdere dagen vooruit.
